Menu

Compensatie transitievergoeding bij bedrijfsbeëindiging

Per 1 januari 2021 wordt het voor kleine werkgevers mogelijk om compensatie aan te vragen voor transitievergoedingen als de onderneming is beëindigd vanwege pensionering of overlijden van de werkgever. Ook wordt het mogelijk om compensatie aan te vragen voor betaalde transitievergoedingen wanneer het bedrijf stopt door ziekte van de werkgever. Deze compensatieregeling is geregeld in de Wet arbeidsmarkt in balans. In deze blog leggen wij uit wanneer je voor deze compensatieregeling in aanmerking komt.

Continue reading “Compensatie transitievergoeding bij bedrijfsbeëindiging”

Blijf scherp ondernemer!

Wilt u de laatste nieuwtjes weten op ondernemers- en juridisch gebied? Meld u hier aan en blijf zo op de hoogte.

Nu inschrijven

Juridische aspecten coronavirus (19): NOW 3.0 – overheidssteun per oktober 2020

De NOW 1.0 en de NOW 2.0 zijn van maart tot en met september 2020 van kracht geweest. De NOW 2.0 is op 1 oktober jl. afgelopen, maar het coronavirus heeft nog steeds een grote impact om onze samenleving en economie. De NOW-regeling is daarom opnieuw verlengd: de NOW 3.0. In deze blog bespreken wij op hoofdlijnen de NOW 3.0. Continue reading “Juridische aspecten coronavirus (19): NOW 3.0 – overheidssteun per oktober 2020”

Blijf scherp ondernemer!

Wilt u de laatste nieuwtjes weten op ondernemers- en juridisch gebied? Meld u hier aan en blijf zo op de hoogte.

Nu inschrijven

Vrije advocaatkeuze in je rechtsbijstandsverzekering?

Als je verzekerd bent voor rechtsbijstand, mag je dan geholpen worden door een zelfgekozen jurist van Jurato? Over deze vraag bestaat nog steeds veel verwarring.

Als er geprocedeerd moet worden bij de rechtbank, dan is het antwoord duidelijk: je mag dan zelf kiezen door wie jij je belangen behartigd wil hebben. Oók als je rechtsbijstandsverzekeraar een eigen jurist aandraagt, heb je recht op vrije keuze. Je rechtsbijstandsverzekeraar betaalt dan de kosten van jouw externe advocaat of jurist.

Sinds 2016 heb je die vrije advocaatkeuze óók in procedures waarvoor een advocaat volgens de wet niet verplicht is, zoals een ontslagprocedure bij het UWV of een bezwaarprocedure tegen een overheidsinstantie (bestuursrecht).

Hoe zit het in de adviesfase?

Voorafgaand aan een procedure heb je vaak al behoefte aan juridisch advies, en soms kun je van te voren niet inschatten wanneer een conflict bij de rechtbank uitgevochten moet worden. Mag je in die voorfase ook (op kosten van de verzekeraar) je eigen jurist uitkiezen?

In mei 2020 speelde deze vraag bij het Europese Hof van Justitie. Dat geeft dus aan dat deze vraag heel lang onduidelijk is geweest. Op Europees niveau werd geoordeeld dat de vrije advocaatkeuze ook in de voorfase geldt. In Nederland is felle kritiek op deze uitspraak gegeven door het Verbond van Verzekeraars. Voor Nederland is de vraag helaas nog steeds niet helder beantwoord, omdat de rechtszaak bij het Europese Hof een Belgische zaak betrof.

Volgens het Hof valt onder de vrije advocaatkeuze elke fase die kan leiden tot een gerechtelijke procedure, zelfs een voorafgaande fase”. Heel veel Nederlandse juristen bepleiten daarom dat de vrije advocaatkeuze voor alle situaties geldt: tijdens een procedure én daarvoor. Natuurlijk is het begrijpelijk dat verzekeraars zoals DAS en ARAG dat niet graag willen, dat kost hen immers heel veel meer geld. De premies zouden flink omhoog moeten al veel mensen nu hun eigen advocaat gaan kiezen door deze recente Hof uitspraak.

Conclusie

Als je liever door een zelfgekozen jurist geholpen wil worden, doe dan bij je rechtsbijstandsverzekeraar een beroep op je vrije advocaatkeuze. Jouw verzekeraar zal dat niet meteen toestaan, en nu weet je ook waarom. Of die verzekeraar dan gelijk heeft in zijn standpunt, is zeer de vraag. Nu je weet wat je rechten zijn om een eigen jurist naar keuze in te schakelen en je dit ook kan onderbouwen, zal je verzekering daar gehoor aan moeten geven.

Recente berichten

Blijf scherp ondernemer!

Wilt u de laatste nieuwtjes weten op ondernemers- en juridisch gebied? Meld u hier aan en blijf zo op de hoogte.

Nu inschrijven

Hoe verlaag je de transitievergoeding bij ontslag?

In deze periode zien we bij Jurato het aantal ontslagzaken fors toenemen als gevolg van de coronacrisis. Steeds meer bedrijven moeten reorganiseren. Wat veel werkgever niet weten, is dat je een aantal kosten in mindering mag brengen op de wettelijke ontslagvergoeding: transitiekosten en inzetbaarheidskosten.

Transitiekosten

Transitiekosten zijn kosten van maatregelen die gericht zijn op het voorkomen van werkloosheid. Het zijn kosten met het oog op de overstap naar een andere werkgever. Denk aan kosten voor scholing, outplacement en het hanteren van een langere opzegtermijn om de werknemer vanuit zijn bestaande dienstverband naar een andere baan te laten zoeken.

Inzetbaarheidskosten

Inzetbaarheidskosten zijn kosten die een bredere inzetbaarheid van de werknemer bevorderen tijdens de arbeidsovereenkomst. Deze kosten waren al gemaakt voordat sprake was van een ontslagdreiging, met een maximum van  vijf jaar voorafgaand aan de ontslagdatum. Werkgever en werknemer mogen overigens schriftelijk van deze periode afwijken. Een voorbeeld is een opleiding die geen betrekking heeft op de functie van de werknemer, maar die juist kan bijdragen aan een betere arbeidsmarktpositie in het algemeen. Het mag hier niet gaan om scholingskosten die in directe relatie staan tot de functie van de werknemer.

Zijn er voorwaarden aan de verlaging van de transitievergoeding?

Helaas wel. Wij zetten op een rij welke stappen je moet volgen om de transitievergoeding te verlagen met transitie- of inzetbaarheidskosten:

  1. De kosten moeten vooraf gemaakt zijn en schriftelijk aan de werknemer zijn meegedeeld (voordat de kosten werden) gemaakt.
  2. De werknemer moet instemmen met het in mindering brengen van deze kosten op zijn transitievergoeding. Dat hoeft echter niet als een cao verplicht om die kosten te maken.
  3. De kosten moeten specifiek gemaakt zijn ten behoeve van die bepaalde werknemer. Bij opvolgend werkgeverschap mag het dus niet, want dan zijn de inzetbaarheidskosten door de vorige werkgever gemaakt.
  4. Het mag niet gaan om loonkosten.
  5. De kosten moeten redelijk zijn.
  6. Het moet gaan om kosten die gemaakt zijn of worden tijdens of na de periode waarover de transitievergoeding wordt berekend.

Beroepsopleidingen

Voor een aantal beroepsopleidingen geldt nog een bijzondere regeling. Het gaat dan om een BBL-opleiding en de duale opleiding. Hiervoor gelden extra voorwaarden:

  1. De opleidingskosten mogen alleen in mindering worden gebracht op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst na afronding van de opleiding (binnen zes maanden) niet wordt voortgezet.
  2. De opleidingskosten kunnen alleen in mindering worden gebracht op het deel van de transitievergoeding dat is opgebouwd in de periode waarin de opleiding werd gevolgd.
  3. Bij deze kosten is het niet nodig dat de kosten schriftelijk zijn meegedeeld en toestemming van de werknemer is ook niet nodig.

Advies nodig?

Heb je hulp nodig bij het in mindering brengen van de transitiekosten en inzetbaarheidskosten, of heb je verder vragen over een ontslagprocedure? Neem dan gerust contact met mij op, ik help je graag verder.

Recente berichten

Blijf scherp ondernemer!

Wilt u de laatste nieuwtjes weten op ondernemers- en juridisch gebied? Meld u hier aan en blijf zo op de hoogte.

Nu inschrijven

Ben je verplicht om je contactgegevens achter te laten bij een horecagelegenheid in tijden van corona?

Met ingang van 10 augustus moeten bezoekers van horecagelegenheid bij aankomst in een café of restaurant hun contactgegevens achterlaten. De registratie van deze contactgegevens moet het makkelijker maken voor de GGD om bron- en contactonderzoek uit te voeren na een lokale corona-uitbraak. De registratie van deze contactgegevens wordt echter aangemerkt als een verwerking van persoonsgegevens in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).  In deze blog gaan we in op de vraag hoe deze registratie van contactgegevens zich verhoudt tot de privacy van de bezoekers van horecagelegenheden en hoe horecaondernemers hier mee om moeten gaan.

Zijn bezoekers van horecagelegenheden verplicht om hun contactgegevens af te staan?

Nee. Horecaondernemers zijn verplicht om toestemming te vragen aan de bezoeker. Dit betekent dus dat de bezoeker ook mag weigeren om zijn contactgegevens te laten registeren. Op grond van de AVG moet er sprake zijn van echte vrije toestemming.

Welke regels gelden voor de horecaondernemers die contactgegevens van bezoekers verwerken?

De regels van de AVG zijn van toepassing op de registratie van de contactgegevens van de bezoekers in de horeca. Dit houdt onder meer in dat de horecaondernemer:

  • aan de bezoeker duidelijk moet maken dat de registratie van zijn contactgegevens vrijwillig is;
  • ervoor moet zorgen dat de bezoeker die eerder toestemming heeft gegeven voor de verwerking van zijn contactgegevens, de toestemming ook kan intrekken;
  • ervoor moet zorgen dat de contactgegevens alleen worden gebruikt voor het bron- en contactonderzoek van de GGD. De contactgegevens mogen niet voor andere doeleinden worden gebruik, zoals klantmailings.
  • de contactgegevens veilig moet bewaren, zodat alleen de GGD de gegevens kan krijgen;
  • de contactgegevens niet langer mag bewaren dan in de noodwetgeving staat beschreven, namelijk twee weken. Daarna moeten de contactgegevens worden vernietigd. Langer bewaren is niet toegestaan.

Mag de horecaondernemer een bezoeker weigeren als deze geen contactgegevens wil afstaan?

Nee, de bezoeker is namelijk niet verplicht om zijn of haar contactgegevens af te staan. Als een bezoeker geen toestemming wil geven, kan de toegang tot de horeca niet worden geweigerd.

Vragen of meer informatie over dit onderwerp? Neem contact op met een van onze bedrijfsjuristen. Zij informeren je graag over dit onderwerp en beantwoorden je vragen hierover.

Recente berichten

Blijf scherp ondernemer!

Wilt u de laatste nieuwtjes weten op ondernemers- en juridisch gebied? Meld u hier aan en blijf zo op de hoogte.

Nu inschrijven

Eerste geslaagde ontbinding arbeidsovereenkomst op i-grond (cumulatiegrond)

Op 1 januari 2020 is de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking getreden en is er een nieuwe ontslaggrond, namelijk de i-grond (cumulatiegrond). Onlangs heeft de rechter voor het eerst een verzoek op basis van de i-grond toegewezen. Hieronder leggen wij uit wat de i-grond inhoudt en wanneer er een geslaagd beroep op kan worden gedaan. Continue reading “Eerste geslaagde ontbinding arbeidsovereenkomst op i-grond (cumulatiegrond)”

Recente berichten

Blijf scherp ondernemer!

Wilt u de laatste nieuwtjes weten op ondernemers- en juridisch gebied? Meld u hier aan en blijf zo op de hoogte.

Nu inschrijven

Wet Franchise: welke veranderingen brengt dit met zich mee?

Op 30 juni 2020 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Franchise. Dit betekent dat deze wet vanaf 1 januari 2021 in werking treedt. De Wet Franchise wordt opgenomen in Boek 7 Titel 16 (artikelen 7:911-922 BW) van het Burgerlijk Wetboek. Het doel van de Wet Franchise is om meer evenwicht te brengen in de relatie tussen de franchisegever en de franchisenemer. In deze blog bespreken we de belangrijkste onderdelen en gevolgen van deze wet.

De franchiseovereenkomst

Een franchiseovereenkomst is een overeenkomst waarbij een onderneming (de franchisegever) aan een andere onderneming (de franchisenemer) tegen een vergoeding het recht verleent om een franchiseonderneming te exploiteren volgens het concept van de franchisegever. De franchisenemer kan op deze manier profiteren van de naamsbekendheid en het succes van de franchiseformule.

Belangrijkste veranderingen

De Wet Franchise brengt nieuwe rechten en verplichtingen mee voor franchisegevers en franchisenemers. De Wet Franchise legt de nadruk op de volgende vier onderdelen:

  1. De precontractuele uitwisseling van informatie
    2. De tussentijdse wijziging van een lopende franchiseovereenkomst
    3. De beëindiging van de franchisesamenwerking
    4. Het overleg tussen franchisegever en zijn franchisenemersHieronder bespreken wij op hoofdlijnen de belangrijkste onderwerpen en gevolgen van de Wet Franchise.

Precontractuele fase: informatieverplichtingen

De Wet Franchise versterkt de informatiepositie van de franchisenemer voorafgaand aan en tijdens de looptijd van de franchiseovereenkomst. De wet bevat een opsomming van diverse onderwerpen waarover de franchisenemer in ieder geval tijdig en specifiek geïnformeerd moet worden. Daarnaast moet de franchisegever alle overige informatie verstrekken waarvan zij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze van belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst. De franchisegever heeft geen verplichting om een exploitatieprognose te verstrekken.

Bedenktijd
Tussen het moment van ontvangst van alle relevante informatie en het moment van het sluiten van de franchiseovereenkomst is een termijn van beraad ingebouwd van vier werken. De termijn van beraad biedt de franchisenemer de gelegenheid om de ontvangen informatie te bestuderen en daarover zo nodig deskundig advies in te winnen. Gedurende die termijn mag de concept franchiseovereenkomst niet worden gewijzigd ten nadele van de franchisenemer.

Inhoud van de franchiseovereenkomst

Op dit moment hebben partijen grote contractsvrijheid ten aanzien van de inhoud van de franchiseovereenkomst. De Wet Franchise bevat bepaalde vereisten waar de inhoud van een franchiseovereenkomst in ieder geval aan dient te voldoen.

Goodwill-vergoeding
De franchisegever is op dit moment niet verplicht om aan de franchisenemer een goodwill-vergoeding te betalen wanneer hij na het einde van de franchiseovereenkomst een franchiseonderneming overneemt. Op grond van de Wet Franchise moet in de franchiseovereenkomst worden opgenomen op welke wijze de goodwill wordt vastgesteld, of goodwill aanwezig is in de onderneming, en zo ja, wat de omvang daarvan is.

Postcontractueel non-concurrentiebeding
Door het opnemen van een post-contractuele non-concurrentiebeding wordt de franchisenemer beperkt om na afloop van de franchiserelatie bepaalde activiteiten uit te oefenen. In de praktijk komt het voor dat deze bedingen veel ruimer geformuleerd worden dan noodzakelijk zou zijn voor de bescherming van de knowhow binnen de franchiseformule. Op grond van de Wet Franchise moet het non-concurrentiebeding worden beperkt tot één jaar na het einde van de samenwerking en mogen slechts gelding hebben in het geografische gebied waarbinnen de franchisenemer de formule mocht exploiteren.

Overleg en instemming

Op grond van de Wet Franchise dient minstens eenmaal per jaar overleg plaats te vinden tussen de franchisegever en de franchisenemer. Daarnaast komt aan de franchisenemer een instemmingsrecht toe. Wanneer de franchisegever wijzigingen in de franchiseformule of een afgeleide formule wil exploiteren, dan is de instemming van de franchisenemers vereist. De keuze is aan de franchisegever of hij in het betreffende geval zijn voornemen aan alle franchisenemers voorlegt om van de meerderheid van hen instemming te verkrijgen, of alleen aan individuele franchisenemers die daadwerkelijk geconfronteerd zijn of worden met de betreffende financiële gevolgen.

De franchiseovereenkomst kan ook een drempelwaarde bevatten. De franchisegever hoeft in dat geval alleen instemming te vragen aan de franchisenemers indien de voorgestelde aanpassingen in financieel opzicht de drempelwaarde te boven gaat. In de franchiseovereenkomst moet dan een concreet drempelbedrag worden opgenomen.

Voor wie geldt de Wet Franchise?

De Wet Franchise is van dwingend recht en is verplicht voor alle franchisegevers waarvan de franchisenemers in Nederland zijn gevestigd. Er mag niet ten nadele van de franchisenemer worden afgeweken van de Wet Franchise, wel ten voordele. Een uitzondering wordt gemaakt in het geval de franchisegever in Nederland is gevestigd, maar de franchisenemer in het buiteland. In dat geval mag van de Wet Franchise worden afgeweken, zelfs indien het Nederlands recht op de franchiseovereenkomst van toepassing is verklaard.

Overgangsrecht

Per 1 januari 2021 zullen de franchiseovereenkomsten moeten voldoen aan de Wet franchise. Dat geldt zowel nieuwe als reeds bestaande franchiseovereenkomsten. Uitzondering hierop geldt voor enkele specifieke bepalingen uit bestaande franchiseovereenkomst, waaronder de goodwill-vergoeding, het non-concurrentiebeding en het instemmingsvereiste. Hiervoor geldt een overgangsperiode van 2 jaar waarbinnen deze bestaande franchiseovereenkomsten moeten voldoen aan de Wet Franchise. Franchisegevers hebben dus relatief weinig tijd om zich voor te bereiden op deze nieuwe wetgeving.

Heb jij meer vragen over de gevolgen of over de toepassing binnen jouw onderneming van deze wet, of heb je een andere juridische vraag over franchise? Neem dan gerust contact met mij op.

Recente berichten

Blijf scherp ondernemer!

Wilt u de laatste nieuwtjes weten op ondernemers- en juridisch gebied? Meld u hier aan en blijf zo op de hoogte.

Nu inschrijven

Juridische aspecten coronavirus (16): verplicht op kantoor werken?

In het nieuws werd en wordt door de overheid nog vaak gezegd; werk zoveel mogelijk thuis. Voor het ene bedrijf is dit makkelijker uit te voeren dan voor het andere bedrijf. Inmiddels wordt bij veel bedrijven langzaamaan de draad weer opgepakt en werken er steeds meer werknemers weer op locatie. Mag je als werkgever verlangen dat je personeel op locatie werkt? En mag je als werknemer dit weigeren en je werkzaamheden thuis uitvoeren? Continue reading “Juridische aspecten coronavirus (16): verplicht op kantoor werken?”

Recente berichten

Blijf scherp ondernemer!

Wilt u de laatste nieuwtjes weten op ondernemers- en juridisch gebied? Meld u hier aan en blijf zo op de hoogte.

Nu inschrijven

Contract aanpassen of opzeggen vanwege coronamaatregelen?

Een nog steeds veelgestelde vraag van ondernemers gaat over de mogelijkheid tot aanpassing of tussentijdse opzegging van contracten in verband met de bedrijfseconomische (corona)situatie nu. Wij delen graag nog een keer met je hoe dit juridisch zit. Continue reading “Contract aanpassen of opzeggen vanwege coronamaatregelen?”

Recente berichten

Blijf scherp ondernemer!

Wilt u de laatste nieuwtjes weten op ondernemers- en juridisch gebied? Meld u hier aan en blijf zo op de hoogte.

Nu inschrijven

Top 10 meest gestelde privacyrechtvragen in onze praktijk

Wat is een verwerker? Is de AVG in mijn geval van toepassing? Wat valt er precies onder persoonsgegevens? Wij merken in onze praktijk dat er nog altijd veel onduidelijkheden en vragen zijn over de AVG. Wij snappen dat wel. Wij hebben een top 10 van opvallende of veel voorkomende vragen in onze praktijk over het privacyrecht gemaakt. Weet jij antwoord op de vragen? Misschien heb jij een zelfde soort vraag, of heb je een andere specifieke vraag over het privacyrecht. Laat het ons weten. Onze juristen leggen de AVG op een praktische en heldere manier uit.

  1. Ik ben ZZP’er, klopt het dat de AVG niet voor mij geldt?
  2. Wij hebben een vingerafdrukscanner aangeschaft voor de toegangsverlening en urenregistratie van onze medewerkers. Mag dat volgens de AVG?
  3. Wij zijn een religieuze organisatie. Mogen wij persoonsgegevens met betrekking tot religie verwerken van onze leden?
  4. Ik voer alle contactmomenten van ons bedrijf (e-mails, telefoontjes, afspraken, e.d.) met klanten en relaties in een Excel-lijst. Voldoe ik hiermee aan de eis van het verwerkingsregister?
  5. Wij verwerken in Nederland persoonsgegevens van personen van een aantal landen buiten de EU/EER. Is op deze verwerking de AVG van toepassing?
  6. In een verwerkersovereenkomst staat dat wij bij het einde van de overeenkomst alle persoonsgegevens moeten retourneren of verwijderen. Moeten wij dan ook onze back-ups vernietigen? Dat heeft voor ons namelijk grote risico’s.
  7. Wij zijn een kinderdagverblijf en wij sturen weleens foto’s van een kindje naar zijn of haar ouders. Hier staan ook weleens andere kinderen op. Mogen wij dit doen?
  8. Wij zijn een gemeente en moeten wettelijke taken uitvoeren. Klopt het dat de AVG op ons niet van toepassing is?
  9. Ik heb een privacyverklaring op mijn website. Ben ik dan AVG-proof?
  10. Wij verkopen producten aan dealers. Moeten wij met al onze dealers een verwerkersovereenkomst sluiten?

Recente berichten

Blijf scherp ondernemer!

Wilt u de laatste nieuwtjes weten op ondernemers- en juridisch gebied? Meld u hier aan en blijf zo op de hoogte.

Nu inschrijven
Postbus 171
3900 AD Veenendaal

T 0318 – 860 323
F 0318 – 890 250
E info@jurato.nl
W www.jurato.nl

Bedrijfsgegevens
KvK: 60750561
IBAN: NL78 RABO 0181 9193 38
BTW: NL85 404 3512 B01

Algemene Voorwaarden Jurato B.V.
Privacyverklaring Jurato B.V.
Snel een vraag stellen?
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.